ART is een in Amerika ontwikkelde methodiek met als doel, het agressief en/of asociaal gedrag van jongeren te reduceren.
De ART is ontwikkeld door de bekende therapeuten Goldstein, Gibbs, Feindler en Glick.
De ART is wetenschappelijk onderzocht en komt uit diverse onderzoeken in zowel de Verenigde Staten van Amerika als Groot-Brittannië, naar voren als een zeer effectieve methode om tot blijvende positieve gedragsverandering te komen.
De training is gebaseerd op de aanname dat jongeren met asociaal en/of agressief gedrag een aantal tekorten vertonen:
Op de eerste plaats een tekort aan interpersoonlijke, sociale en cognitieve vaardigheden.
Ten tweede een tekort aan impulscontrole.
Ten derde vertonen ze voor wat betreft het aspect normen en waarden egocentrisch concreet gedrag.
Ze bevinden zich op een primitief niveau van “moral reasoning”.
De ART training is opgebouwd uit drie onderdelen:
- 1. Sociale vaardigheidstraining, (Goldsteintraining) waarmee nieuw sociaal gedrag wordt aangeleerd.
- 2. Training Boosheidcontrole, waardoor agressie wordt gereduceerd.
- 3. Training Moreel redeneren, wordt aan jongeren geleerd minder egocentrisch te denken.
1. SOCIALE VAARDIGHEIDSTRAINING:
In eerste opzet was de training bedoeld voor de lower class client. Mensen die minder mogelijkheden hebben tot introspectie en/of minder verbaal begaafd zijn.
Ondertussen heeft de Goldstein-training echter zijn toepassing gevonden binnen een brede doelgroep.
Bv. onderwijsinstellingen, geestelijke gezondheidszorg, reclassering, instellingen voor mensen met een lichamelijke en visuele handicap en voor trainers van jongeren met een gebrek aan sociale competentie.
Door de duidelijke structuur en opbouw van de training biedt het aanleren van sociale vaardigheden op deze manier veel veiligheid aan de deelnemers.
Via het aanleren van vaardigheden (skills) wordt beoogd de autonomie, assertiviteit, interne controle, accuraatheid van waarnemen en communiceren, tolerantie voor frustratie en ambiguiteit te vergroten waardoor men beter opgewassen is tegen de eisen die het dagelijkse leven stelt.
Door de expliciete aandacht voor de transfer naar de eigen situatie van de deelnemers is het leereffect bijzonder groot.
2. BOOSHEIDSCONTROLE:
Bij jonge mensen die door hun agressieve gedrag in de problemen komen met hun omgeving, zijn 2 soorten agressie te onderscheiden: proactieve- en reactieve agressie
Wanneer agressie wordt ingezet om een doel te bereiken, wordt er gesproken over procatieve agresssie.
Reactieve agressie is een reactie op kwetsing of angst.
De Boosheid controle training (BCT) richt zich op beide soorten agressie, Het helpt deelnemers om minder vaak of minder heftig boos te worden, biedt deelnemers technieken om hun boosheid te controleren en biedt prosociale manieren om hun doelen te bereiken.
3. MOREEL REDENEREN:
Deze training stimuleert de groei naar een hoger niveau van morele ontwikkeling. Deelnemers denken tijdens de bijeenkomsten na over sociale probleem situaties (morele dilemma’s) en bespreken met elkaar de mogelijke oplossingen en achterliggende redeneringen.
Een discussie over een bepaald dilemma kan twijfel en innerlijk conflict bij een deelnemer oproepen.
de deelnemers worden gestimuleerd cognities aan te passen om het innerlijke conflict of de twijfel op te lossen.
Achterstand in morele ontwikkeling is één van de oorzaken van antisociaal en zelfs delinquent gedrag. Deze achterstand uit zich in egocentrische vervorming van de werkelijkheid en een moreel oordeelsvermogen dat oppervlakkig en onvolwassen is. Ontwikkeling naar het conventionele niveau draagt bij aan het voorkomen van herhaling van antisociaal en/of delinquent gedrag.
